In memoriam Richard Lobbes

De laatste keer dat ik meneer Lobbes sprak (ik heb hem heel lang zo aangesproken), was hij vol goede moed; hij werd zelfs ondanks zijn leeftijd nog behandeld. Hij vertelde dat hij wel psychische problemen had omdat hij nooit eerder was ziek geweest. An moet mij nu helpen! Vervolgens gingen we over tot de orde van de dag. Zoals gebruikelijk over de grote veranderingen in het antiquariaat, over  boeken die veelal waardeloos zijn geworden; de leegloop in de veilingzalen; de buitenlandse handel die niet meer naar Amsterdam komt. Richard kon al die veranderingen moeilijk verwerken, zeker na de ondergang van de Slegte. We belden af en toe of hij liep een enkele keer op zondag de winkel binnen. Dan vroeg hij steevast: hoe gaat het met die en leeft die nog? Tijdens mijn voorzitterschap van de N.V.v.A. mailden we elkaar regelmatig. Hij was gek op nieuwtjes. Het is duidelijk dat als je decennia lang bij de Slegte lief en leed hebt gedeeld, het bedrijf hebt zien uitgroeien tot een wereldconcern, de enorme omslag in het antiquariaat moeilijk te verteren is.

Richard heeft het geluk gehad, maar ook afgedwongen, de gouden tijd van het antiquariaat mee te mogen maken. Nederland, maar vooral Amsterdam, was een middelpunt van internationale handel en daarin speelde de Slegte natuurlijk een grote rol.

Begin jaren 60, kwam hij tijdens lunchtijd regelmatig in onze winkel een praatje maken met mijn schoonvader. Zo ontmoetten wij elkaar voor het eerst.

We leerden elkaar beter kennen toen we samen in het beursbestuur van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren zaten en buiten de succesvolle beurzen ook steevast een geweldig dinner in Krasnapolski organiseerden. We proefden alles voor en marchandeerden over een extra schaaltje aardappels of groente, maar vooral over het Grand-dessert. We begrepen alle twee niet waarom dat na ons niet op dezelfde voet is voortgezet.

Opvallend was de wijze waarop Richard met medewerkers en collega’s omging. Hij liet iedereen in zijn waarde. Nimmer hoorde ik een onvertogen woord over hem, zelfs niet van de bedrijfsleiders die hij toch af en toe moest corrigeren.

Ik ben Richard veel dank verschuldigd, zoals ik ook schrijf in een artikel over de Slegte, dat nog in Boekenpost gaat verschijnen,

Toen het minder met de Slegte ging moest ik in Noordwijk de collectie atlassen en topografie taxeren. John de Slegte ging liever uit eten en zodoende kwam ik nauwelijks aan mijn werk toe. Zonder de hulp van Richard had ik dit niet in het beschikbare tijdsbestek kunnen uitvoeren. Vele atlassen waren van extra kaarten voorzien. De inhoud kende hij, meestal had hij ze immers zelf ingekocht, uit het hoofd. Het uiteenvallen van die collectie was sowieso moeilijk voor hem. Mede opgebouwd en…. foetsie.

We hielden contact en gingen een enkele keer met z’n vieren uit eten. De verhalen waren dan weer dezelfde hetgeen voor An wel eens moeilijk was; ze had ze eerder gehoord. Omdat ik met een grijs kenteken rijd heb ik weinig zitplaatsen in de auto. Hoewel ik altijd voorstelde om twee keer te rijden, wilde Richard steevast in de achterbak zitten. Het was natuurlijk niet ver… maar toch. An grapte een keer…wel een bobbeltje meepakken hoor. Toen John de Slegte overleed reden we met z’n vieren naar Noordwijk in de auto van mijn vrouw Marga. Richard was zeer teleurgesteld omdat er geen tijd was ingeruimd voor zijn toespraak. Hij wilde natuurlijk graag wat namens het personeel en zichzelf zeggen. Mij was dat, als vriend en als voorzitter van de N.V.v.A., waarvan John en Richard lid waren, wel gevraagd. Dus stelde ik hem gerust met: ik hou het kort en kondig je gewoon aan. Geen speld tussen te krijgen. Zo geschieddde. Hiervoor was hij mij zeer dankbaar.

De Nederlandsche Vereening van Antiquaren, Marga, ikzelf en Sascha en Sander, verliezen een zeer gewaardeerd bevriend collega.

Wij wensen An, de kinderen en de familie sterkte met het verlies.

 

Ton Kok, ere-voorzitter van de N.V.v.A.