in memoriam Gerben Dykstra

Beste familie, vrienden en bekenden van Gerben Dykstra, men heeft mij gevraagd hier een woordje te spreken over Gerben de antiquaar, mijn zeer gewaardeerde collega.

Alhoewel alle antiquaren concurrenten van elkaar zijn, was en is er ook verbondenheid en soms zelfs sprake van vriendschap. Niemand kan namelijk een antiquaar beter begrijpen dan zijn collega. Zelfs familieleden en vrienden hebben in detail geen compleet beeld van de uitdagingen waar een handelaar in oude boeken voor kan komen te staan. Het gaat om kennis, visie, passie, moed, geduld en “Fingerspitzengefuehl”. Het plezier dat je ervaart wanneer je een goede vondst hebt gedaan of wanneer je iets ontdekt waardoor weer andere vragen beantwoord worden. Op zo’n moment begrijpt niemand je beter dan je collega-antiquaar want hij ervaart dezelfde problematiek. Zo ontstond mijn relatie met Gerben begin zeventiger jaren. Dat ging niet van de ene op de andere dag want Gerben keek graag even de kat uit de boom. Wij wisselden informatie uit en leerden elkaar steeds beter kennen. Er groeide meer vertrouwen en vriendschap. Wij gaven samen boeken uit en kochten en verkochten bijzondere boeken voor gezamenlijke rekening. Gerben was tweede generatie antiquaar en kon toen nog steeds over de ervaring en kennis van vader Sipke beschikken. Dat gaf soms een geweldige voorsprong en het behoedde hem voor de fouten die antiquaren van de eerste generatie soms maken. Ik miste zo’n vader met kennis van handel en boeken en dat maakte mij wel eens een beetje jaloers. Vader Sipke was in mijn ogen een boekentycoon in Friesland en ver daar buiten. Groot boekhandelaar, uitgever en antiquaar. De Frederik Muller van Friesland. Gerben en ik  deelden verhalen over het vak en af en toe over het leven, onze families en gezin. Wij aten samen en logeerden soms bij elkaar met onze vrouwen en kinderen. Het staat me bij als de dag van gisteren – het moet in de zeventiger jaren zijn geweest – hoe mijn gezin door Gerben en Anneke werd ontvangen in hun zomerhuis in Makkum aan het IJsselmeer. Om kort te gaan: wij deden zaken en hadden plezier. In 1978 gingen we voor het eerst naar Amerika. Er was een beurs en een congres van de ILAB. Een hele groep Nederlanders ging er heen: Frits Knuf had een speciale deal met FinnAir gesloten over de vlucht inclusief hotel aan Central Park South in New York. Ik herinner mij het applaus toen de wielen van het vliegtuig de Amerikaanse bodem op JFK raakten. Gerben en Anneke waren ook mee. Met z’n allen bezochten we het Gebouw van de Verenigde Naties in New York en mochten door een raampje naar de Vergadering kijken. Er was weer eens een crisis, maar verstaan konden we niets. Gerben had een geweldig gevoel voor humor. Maar je moest het wel uit hem zien te krijgen. Dit was een situatie waar hij later met veel plezier over kon vertellen.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw was er geen veiling in Amsterdam, Leiden, Den Haag of Utrecht waar Gerben Dykstra niet bij aanwezig was. Hij had tevoren op de kijkdagen de nummers uit de veilingcatalogus bestudeerd die hij kon gebruiken en ging ook naar de veilingen zelf  om aan te bieden. De Leeuwardense antiquaar was een bekend gezicht voor alle nederlandse verzamelaars, bibliothecarissen en antiquaren.

Waren de meeste van Gerben’s collega’s in de Randstad gevestigd, Gerben moest ’s avonds laat, na de nazit, nog dat hele eind naar Leeuwarden terugrijden met een auto meestal volgeladen met zijn aankopen. Nooit klaagde hij daarover. Wel kregen we af en toe bloedstollende verhalen te horen over zijn belevenissen in het donker op de terugweg. Er was geen reden om zich elders te vestigen. Deze Fries bleef zijn stad en provincie trouw. Een keer was hij bijna verhuisd naar Leiden. Hij was in verregaande onderhandeling geraakt om het Leidse veilinghuis Burgersdijk & Niermans over te nemen. Uiteindelijk bleef dit bij een poging en Gerben bleef in Leeuwarden.

Hij was geworteld in Friesland met zijn zaak met kasten vol met (protestantse) theologie, literatuur, geschiedenis en topografie, uiteraard vooral Friese! Ik heb nooit méér fraaie, Friese boeken bij elkaar gezien dan bij Gerben Dykstra. Prachtige exemplaren van de Kronieken van Winsemius, Schotanus, Scharlensis en Emmius. Mijn eigen ervaring met het verkopen van Friese lokale geschiedenis was niet zo positief. Ik had toen het idee dat zo dicht bij de bron aanwezig zijn de verkoop wel zou bevorderen. Helaas moest Gerben mij die illusie ontnemen. Tot zijn eigen teleurstelling en mijn verbazing liepen dat soort boeken helemaal niet in Friesland. Hij kon alles leveren op dit terrein, maar de klanten lieten verstek gaan. Slechts één maal had hij een echte verzamelaar met Fries materiaal mogen beleveren: een vermogende projectontwikkelaar die als hobbies opera zingen en genealogie had. Door die laatste hobby raakte hij ervan overtuigd dat hij afstamde van een oud adellijk Fries geslacht. Dit werd de kans voor Gerben: binnen korte tijd verhuisden veel boeken en atlassen m.b.t. Friesland naar een prachtig huis gelegen aan de Loosdrechtse derde Plas. En Gerben, zoals een goede antiquaar betaamt,  was weer in de markt voor Friese boeken want zijn collectie Frisiaca moest weer up to date en compleet worden.

Ik herinner mij de Proost veiling (1965), de veiling van de bibliotheek van Gerrit Jan Honig (1969), de reeks veilingen van de bibliotheek van de Amsterdamse Doopsgezinde Kerk (1969-1972), allen bij veilinghuis Beijers in Utrecht. Bij al deze veilingen waren vader Sipke en zoon Gerben aanwezig. Ze kochten zeldzame bijbels, Friese boeken en bijzondere literatuur. Gedurende de veiling overlegden vader en zoon over hun biedingen in het Fries, zodat de concurrentie niet te wijs werd gemaakt. Zo samen met Heit naar veilingen gaan vormde Gerben als antiquaar. Hij stak er veel van op en in latere jaren kon hij altijd smakelijk over deze tijd vertellen.

Een veiling bij Mak van Waaij in Amsterdam leverde ook een goed verhaal op. Op weg naar de nazit, na de veiling, deelde collega Bob Israel, de oudere broer van Nico en Max Israel, uit Arnhem mee dat een bepaald boek, dat voor honderd gulden toegeslagen was, hem wel een Volkswagen waard was. De prijs van een nieuwe Volkswagen was toen zeven duizend gulden.  Daarmee zette hij enkele andere collega’s op het verkeerde been want toen het bewuste boek bij de “revisie” (zoals de Belgen dat eufemistisch noemen) aan de beurt kwam, waren er hoge biedingen maar niet van Bob Israel, die toen iedereen voor de gek had gehouden. Zulke verhalen had Gerben en zelf had hij er vaak het meeste plezier om.

Een hele “bij de hante” klant was wijlen John Landwehr, toen nog uit Voorschoten. De grootste verzamelaar onder de antiquaren en de grootste handelaar onder de verzamelaars. Zijn boekenkennis en intuïtie van fenomenaal, maar je moest ook met hem uitkijken dat hij je niet te slim af was. Ons geheime codewoord was “L. te V.” en dat betekende zoveel als: Hij is in de buurt bijv. op een veiling of beurs of “L. te V.” heeft dit boek al gezien, of Landwehr biedt en dan kon je rustig nog wat hoger bieden want Landwehr hield er niet snel mee op! Gerben en ik hadden altijd de grootste lol als wij deze afkorting noemden, want ook wij wilden bij de hand zijn en ons niet laten beetnemen.

Dit zijn een paar beelden uit het leven van de antiquaar voordat het tijdperk van het internet was begonnen. De tijd van boeken beschrijven op een rammelende tikmachine, kaartenbakken, catalogus drukken en verzenden. Maanden wachten tot je een bestelling uit Australië of Amerika kreeg. Dan de boeken verzenden en weer maanden wachten tot je betaald werd. De tijd dat een collega uit Dordrecht vroeg bij een boek dat voor honderd gulden geprijsd was: Kan het ook voor een tientje?

Feest vieren: dat kon de familie Dykstra ook! Ik herinner mij de opening van het prachtige grote antiquariaat op de Eewal na de verhuizing van de winkel op de Wirdumerdijk. Een feestelijke receptie en daarna nog een geweldig diner bij een Italiaans restaurant voor de collega’s die de moeite hadden genomen voor de gelegenheid naar Leeuwarden af te reizen. Vader Sipke en zonen Gerben & Thys maakten dag en avond glunderend mee en betoonden zich gulle gastheren.

In latere jaren ging Gerben veel op inkoopreis naar België met Leo Kerssemakers, zijn katholieke collega uit Grave. Die twee samen waren al een oecumenisch pact, maar Gerben ontdekte in België en in Leo’s voorraad de katholieke theologie. Hij begon deze ook in te kopen zodat zijn aanbiedingen en theologische catalogi voor meer mensen interessant werden dan alleen voor protestantse dominees.

Aangezien ik zelf niet in theologie handelde en mij de bibliotheek van Professor A.A. van Ruler werd aangeboden via een privé-relatie, heb ik voor Gerben kunnen bemiddelen dat deze bibliotheek door de Tille kon worden aangekocht. Van de “collectie van Ruler” heeft Gerben toen een aparte catalogus gemaakt.

Na de ontvangst van het bericht van Gerben’s overlijden bereikten mij veel verhalen en herinneringen. De kern van al die berichten was:

Een vakman, een betrouwbare, loyale collega, een goede vriend, gesloten en verlegen, maar als hij loskwam een gouden vent met een groot hart.

Zo zal ik mij Gerben blijven herinneren.

Beste Gerben, rust zacht!

Bas Hesselink